Bouwregels Polder Albrandswaard

In het bestemmingsplan Albrandswaard is vastgelegd waar gebouwd mag worden, In het Beeldkwaliteitsplan zijn (bouw)regels opgenomen die ervoor zorgen dat nieuwe woningen passen binnen het agrarische en landelijke beeld van de polder. Onderstaand zijn de (bouw)regels voor de kavels voor u samengevat. Voor meer informatie kunt u het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan raadplegen.

Opzet
Gevarieerde woningen passend in de huidige landelijke setting met behoud van zichtvensters
Plaatsing
Straat
De oriëntatie van het hoofdgebouw richt zich op de Albrandswaardseweg
Rooilijn
De woningen staan op ruime afstand van de weg, minimaal 7,5 m uit de kavelgrens. De woningen hebben een maximale afstand tot de kavelgrens aan de wegzijde van 15 meter. De rooilijn van de naastgelegen woningen is richtinggevend.
Zijdelingse afstand
De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen is minimaal 7,5 meter, of 12,5 meter vanaf de bestaande bebouwing. Bij volumes met een footprint groter dan 100 m2 is de kavelbreedte minimaal 25 meter Openheid tussen de bouwmassa’s handhaven
Bijgebouwen
De bijgebouwen worden op een afstand van tenminste 2 meter van de woning geplaatst, naast of aan de achterzijde van de woning. Daarbij is de rooilijn altijd minimaal 3 meter naar achteren ten opzichte van het hoofdgebouw. Bijgebouwen hebben een minimale afstand van 3 meter tot de perceelsgrens.
Parkeren
Parkeren gebeurt op eigen erf uit het zicht. Bij iedere woning is ruimte om minimaal 2 auto’s te parkeren.
Hoofdvorm
Bouwmassa en hoogte
De hoofdvorm is één laag met een kap. De bouwmassa voor gebouwen is compact van opzet. De bouwmassa is vormgegeven als een eenvoudig en helder volume (niet samengesteld). De maximale goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt 4 meter (minimaal 70% van de goot is ≤ 4 meter hoog). De bouwhoogte voor het hoofdgebouw is maximaal 5 meter hoger dan de goot. Per erf of kavel is er één hoofdmassa. De inhoud van de woning is maximaal 600 m2 .
Bijgebouw
De totale oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen is maximaal 50 m2 De goothoogte van vrijstaande gebouwen is maximaal 3 meter, de bouwhoogte is maximaal 5 meter
Kapvorm
Hoofdgebouwen hebben een zadeldak of mansardedak. voor bijgebouwen is dit wenselijk.
Opmaak
Variatie
Alle woningen hebben een eigen karakter, en zijn niet identiek of (te) sterk gelijkend op andere woningen in de polder, en passen bij de bouwmassa’s in de omgeving.
Materialisering
Baksteen is het hoofdmateriaal. Gebruik van hout, of ondergeschikte toepassingen van andere materialen is ook toegestaan, bij voorkeur streekeigen. Gebruik van felle of lichte kleuren is niet toegestaan, alleen aardkleuren mogen worden toegepast. Gebruik van beplatingen of metaal is niet toegestaan.
Dakbedekking
Rode of donkere pannen (niet glimmend), riet
Beplanting en erfafscheiding
De erven langs de Albrandwaardseweg hebben een erfafscheiding bestaande uit beplanting. Aan de voorzijde van de woning mag deze erfafscheiding niet hoger zijn dan 1,00 meter. De erfafscheiding langs de zichtbare kavelgrenzen vertonen een zekere samenhang. Gebruik van (gebiedseigen) beplanting, deze mag niet het zicht op de bebouwing of de achterliggende kavel wegnemen.
Bijgebouw
Er is een duidelijk verschil tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen. Bijgebouwen zijn in samenhang ontworpen met het hoofdgebouw, en hebben een ondergeschikte uitstraling.